Tussenverslag kwestie “Dekker/De Haan”

Dit verslag is bedoeld om de openbaarheid te dienen en daarmee verdere herhaling te voorkomen van idiote en immorele strapatsen van publieke figuren als politicus en wethouder Wilke Dekker en journalist Jan de Boer. De Raad voor de Journalistiek sprak in haar vonnis over deze kwestie niet voor niks over “opzettelijke eerroof van een kandidaat-raadslid”.

Eind 2006 heb ik het dossier "Dekker" pro forma gesloten. Mijn advocaat heb ik toen geadviseerd om de lopende gerechtelijke actie tegen Dekker op te schorten. Sinds het beschamende interview van Dekker in de laatste EdeStad en de Barneveldse Krant voor de Gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006 is gepubliceerd (zie ook elders op deze site) heb ik Dekker ervaren als een zeer godvrezende man, die niettegenstaande z’n hand er niet voor omdraait de meest grote onzin uit te kramen, waarbij hij gemakkelijk verstrikt raakt in zijn eigen verzinsels. Een gerechtelijke procedure tegen zo’n man (met een ongekende dubbele moraal) zal daarom vrijwel gegarandeerd uitlopen op een ‘gebed zonder end’. Altijd zal hij, voluit smoezend, om de hete brij heen draaien, nooit zal hij schuld bekennen c.q. z’n verantwoording nemen. Mijn voornemen is dan ook om deze regenteske bestuurder met zijn overvolle dubbele agenda voortaan te negeren. Vroeg of laat valt hij toch wel om. Bovendien staat vast, dat hij (om met zijn eigen woorden te spreken) ooit voor de hemelpoort genoegen zal moeten nemen met het eindoordeel over hem van de Here.

Vlak voor de definitieve uitspraak van de Raad voor de Journalistiek (zie ook op deze site) heb ik deelgenomen aan een hoorzitting, voorgezeten door burgemeester Robbertsen. Van deze zitting is (met behoud van tikfouten) door juridisch ambtenaar Mr. Rob Broek onderstaand verslag gemaakt.

N.B. Deze hoorzitting vond plaats op uitnodiging van Robbertsen, nadat hij mijn klacht in eerste aanleg al schriftelijk ongegrond had verklaard. Wellicht kwam hij er achteraf achter dat deze hoorzitting bij de eerste behandeling van de klacht al had moeten plaatsvinden. Een bestuurlijk foutje?!

Concept-Verslag hoorzitting op 27 juni 2006 over klacht J. de Haan tegen W. Dekker

De heer Robbertsen opent de zitting en geeft de heer De Haan de gelegenheid zijn klacht toe te lichten.

De heer de Haan zegt dat hij eigenlijk niet veel te zeggen heeft. Hij stelt voor om de artikelen in Ede Stad en de Barneveldse Courant voor te leggen aan de school voor journalistiek in Ede of Utrecht. Hem is door een deskundige verteld dat het gebruik van aanhalingtekens in beide artikelen inconsequent is toegepast: in het ene artikel zijn ze wel en in het andere niet gebruikt. Het betreffende citaat wordt in het ene artikel afgesloten met “vindt Dekker”en in het andere met “aldus Dekker”.Volgens semantische uitleg levert dat een duidelijk bewijs op. Het gaat er niet zozeer om wat hij er zelf in heeft gelezen, maar hoe het bij de lezer over is gekomen. Het artikel in Ede Stad is voor publicatie in de Barneveldse Courant in hoge mate aangepast. Blijkbaar heeft de redacteur zijn conclusies getrokken. Het gaat om een quote, opgemaakt uit de mond van Dekker. Dat is spijkerhard. Hij heeft geen behoefte aan verdere discussie. Beter is het om de zaak aan een onafhankelijke deskundige voor te leggen. Hij is ook bereid om de zaak met behulp van een mediator op te laten lossen.

De heer Robbertsen zegt dat het er nu om gaat om vast te stellen of de heer Dekker de gewraakte bewering nu wel of niet heeft gedaan. Het interview is voor rekening van de journalist, omdat hij geen aanhalingstekens heeft gebruikt. Bovendien heeft de redactie zelf het artikel op dit onderdeel gerectificeerd.

De heer De Haan zegt dat daarover met hem niet gediscussieerd hoeft te worden. Hij heeft de zaak aangekaart bij de Raad voor de Journalistiek. Hij heeft verschillende middelen ingezet om een “say” te krijgen in deze aangelegenheid. Het feit dat de bewering niet tussen aanhalingtekens staat , is niet doorslaggevend. Het gaat erom dat beide artikelen op details van elkaar verschillen . Hij heeft van verschillende kanten al te horen gekregen dat de wijze van publicatie schandalig is.

De heer Robbertsen zegt dat hij de inhoud van het artikel als een zaak van de redactie ziet.

De heer Dekker wijst er op dat hij niet gesproken heeft over roofdier maar over roofdiergedrag. Hij heeft ook niet gezegd dat de heer De Haan is geroyeerd. Dat heeft de heer de Boer hem verteld naar aanleiding van een publikatie in “De Gelderlander”.

De heer de Haan zegt dat de publicaties plaatsvonden op 1 maart en 6 maart 2006 en dat hij via e-mail aan de heer Dekker zijn mening over de artikelen heeft gegeven. Waarom is hij dan niet teruggekomen op wat hij heeft gezegd? Daarvoor had hij alle tijd.

De heer Dekker zegt dat niet hij maar de journalist de bewering van het royement heeft gedaan.

De heer De Haan wijst erop dat het artikel op 27 december in de Gelderlander heeft gestaan. Hij heeft toen al geschreven dat “het niet klopt”. De Boer heeft deze e-mail gelezen. De Haan heeft verschillende pogingen ondernomen om de onjuistheden gecorrigeerd te krijgen. Pas in de eindfase is het hem gelukt om met een sluitend bewijs te komen. Hoe dan ook, het gaat er om welke conclusie de lezer trekt. Weliswaar heeft de krant het artikel gerectificeerd, maar de heer Dekker is niet teruggekomen op zijn bewering.

De heer Dekker zegt dat het artikel is overgenomen uit De Gelderlander; daarbij zijn de termen “schorsing” en “royement” door elkaar gehaald.

De heer De Haan wijst er op dat iedereen in Lunteren weet dat de heer Dekker goed op de hoogte is van wat er in Lunteren gebeurt.

De heer Dekker zegt dat hij zich daar niet mee bezig houdt. Wat de journalisten schrijven is voor hun rekening.

De heer De Haan zegt dat de publicatie wel op een heel goed moment voor de heer Dekker kwam: op 7 maart waren er immers gemeenteraadsverkiezingen. Dat wijst op opzet. Als dat niet zo is dan “eet hij zijn hoed op”. De heer Ketman heeft overigens wel op zijn e-mails gereageerd, maar de heer Dekker niet.

De heer Robbertsen zegt dat de zaak voor hem helder is. Hij begrijpt de emoties, maar kan daar in een klachtenprocedure niet veel mee. Hij zegt te waarderen dat de heer De Haan de zaak langs minnelijke weg wil afdoen. Hij biedt zijn diensten aan om het meningsverschil tussen de heren de Haan en Dekker op een ander moment, los van de klachtenprocedure, op te lossen. Hierop sluit hij de zitting.”

——————————————————————————————–

Opvallend in bovenstaand verslag is:

De heer Dekker wijst er op dat hij niet gesproken heeft over roofdier maar over roofdiergedrag. Hij heeft ook niet gezegd dat de heer De Haan is geroyeerd. Dat heeft de heer de Boer hem verteld naar aanleiding van een publikatie in “De Gelderlander”.

Deze uitspraak lijkt op het verweer destijds van de Amerikaanse president Bill Clinton: “I had no sex with that woman!” Wat Clinton dus (zeker in moreel opzicht) wel degelijk had!!

Dat Dekker hier dus voor 200% sjoemelt en daarmee bestuurlijk en juridisch bij zijn eigen burgemeester wegkomt is ‘absurd’ te noemen.

Wat niet in bovenstaand verslag staat maar tijdens deze hoorzitting wel door Dekker op zeer emotionele en theatrale wijze is gezegd, is dat hij nogal boos is op mij, vanwege vijf zaken uit het verleden:

1. Ik zou hem (en ook collega wethouder Simon van de Pol) onterecht hebben beschuldigd van ‘verkiezingsbedrog’. Zie ook elders op deze site.

2. Ik zou mij tegenover mijn achterbuurman, Jan R., negatief over hem hebben uitgelaten.

3. Ik zou mij tijdens een verkiezingsbijeenkomst in Bennekom uiterst beledigend over hem hebben uitgelaten.

4. Ik zou volledig onterecht een bezwaarschrift t.a.v. het inbreidings-bouwproject aan de Postweg (op huisnummer 73) in Lunteren hebben ingediend. (Zie ook elders op deze site.) Volgens Dekker moest hij dit bouwplan op basis van het bestaande bestemmingsplan wel goedkeuren en was hem daarom niets te verwijten.

5. Ik moet stoppen hem een ‘Regent’ te noemen, omdat dat nergens op zou slaan.

Ad. 1. Kort na de verkiezingen van 7 maart is maar al te duidelijk gebleken dat Dekker (ref. ‘duale stelsel’) misbruik heeft gemaakt van zijn ‘onwettige’ lijsttrekkersrol voor het CDA. Dit stelde hem (evenals in het verleden) bij het samenstellen van een nieuw College volledig in staat om op zijn eigen wijze in achterkamertjes aan de touwtjes te trekken. Lees hieromtrent de vele verontwaardigde commentaren (direct na de verkiezingen) van de zijde van SGP en Gemeente Belangen. En kijk ook nog eens naar een cartoon hierover van Mr. Rob Broek in de Edese Post van 29 maart 2006, waarin informateur Dekker de heren Kisteman en Van Boven de deur wijst met de uitspraak: “We zijn er uit, heren we gaan door met de oude coalitie. U kunt weer gaan.”

Ad. 2. Deze achterbuurman ontkent (desgevraagd) dat hij over George de Haan rechtstreeks met zijn ‘grote vriend’ wethouder Dekker heeft gesproken. Na aandringen biecht hij op, dat hij dat wèl heeft gedaan met zijn ‘grote vriend’ tandarts Erik Z. die op zijn beurt weer met Dekker zou hebben gesproken.

Ad. 3. Bij deze kwestie heeft (hoogstwaarschijnlijk) spion Martin van Dijk (voorzitter van de Dorpsraad in Lunteren en ‘for better and worse’ trouwste fan van Dekker) een rol gespeeld. In Bennekom heb ik mij toen klip en klaar aangesloten bij de harde kritiek van Henk Leutscher, de toen nog levende voorzitter van de Dorpsraad van Bennekom, die het wethouder Dekker al jaren kwalijk nam dat deze met een verouderd bestemmingsplan toestond dat vele rustieke woonplekken in Bennekom door foute inbreidings-bouwprojecten onverantwoord verrommelden. Hetgeen het dorpskarakter van Bennekom niet ten goede kwam. In aansluiting hierop heb ik gewezen op een soort gelijke ‘verrommeling’ aan de Postweg in Lunteren, waar nu op nummer 73 drie ‘kippenhokken’ worden gebouwd. Zie ook elders op deze site.

Ad. 4. Onder verwijzing naar voorgaand punt was hier wethouder Dekker alles te verwijten. Immers hij is verantwoordelijk geweest voor het bewust traineren (mede op grond van privé-belangen?) van het ‘moderniseren’ van een veel te oud bestemmingsplan voor de Edese buitendorpen.             

N.B. Hoe is anders ook te verklaren dat eind december van het vorige jaar het Edese College van B&W een voorbereidingsbesluit (incl. ‘Bouwstop’, in afwachting van een nieuw Bestemmingsplan) heeft genomen om deze verrommeling voortaan tegen te gaan?

Ad. 5. Dekker heb ik hierop geantwoord, dat het tijd wordt dat hij daaromtrent maar eens een goed verklarend woordenboek gaat raadplegen. Zelf vind ik, dat een Regent (ondermeer) een monopolist is, die de markt uitmelkt ten gunste van een kleine kring.

——————————————————————————————–

Uiteindelijk komt de burgemeester op 2 augustus 2006 met zijn definitieve conclusie dat mijn klacht (wegens het foute interview van Dekker) tegen zijn wethouder ongegrond is.

Zijn motivatie hierbij is, dat zolang Dekker volhoudt dat niet hij, maar journalist De Boer de bewering heeft gedaan dat De Haan door de Dorpsraad was geschorst… de burgemeester juridisch geen houvast heeft om Dekker te veroordelen. Of Dekker daarbij wel of niet de waarheid spreekt doet hier niet aan af, aldus de burgemeester, want zolang Dekker zich nadrukkelijk verschuilt achter journalist De Boer en daarmee de aanklacht expliciet ontkent kan de burgemeester deze klacht (op louter juridische gronden) niet gegrond verklaren.                                                                              

N.B. Opvallend is dat Robbertsen hiermee, door Dekker onvoorwaardelijk in bescherming te nemen, zijn wethouder in moreel opzicht volledig imiteert.

Omdat hier mijn poging om Dekker als Gemeentebestuurder c.q. lid van het Edese College aan te klagen mislukte, geef ik eind augustus 2006 mijn advocaat de opdracht om een gerechtelijke procedure tegen Dekker als lokaal CDA-lijsttrekker (dus niet als Wethouder!) op te starten: waarbij Dekker civiel rechtelijk dient te worden aangepakt. Zie onderstaande brief.

Soest, 5 september 2006

Geachte heer Dekker,

Inz.: De Haan/Dekker

In deze treed ik op voor de heer G.J. de Haan te Lunteren.

Uit een klachtenprocedure bij de gemeente Ede is u bekend, dat de heer De Haan u verwijt, dat u in een interview met de redacteur De Boer van de BDU te Barneveld ten onrechte gesteld heeft, dat de heer De Haan als lid van de Dorpsraad Lunteren geroyeerd is.

Bij brief van 2 augustus 2006 heeft de heer R.C. Robertsen, burgemeester van de gemeente Ede, die klacht van de heer De Haan ongegrond verklaard. De heer De Haan kan zich in die beslissing niet vinden. In de eerste plaats had de burgemeester de klacht niet ontvankelijk moeten verklaren. Het betrokken interview deed u als lijsttrekker CDA en niet in uw hoedanigheid van wethouder of namens het college van B&W. Het klachtenreglement van de gemeente Ede gaat niet over het handelen van lijsttrekkers. Dat handelen is m.i. een zaak van het CDA maar ook vooral van de lijsttrekker zelf.

In de tweede plaats is de beslissing van de burgmeester van 2 augustus 2006 aanvechtbaar, nu die beslissing uitsluitend en alleen gebaseerd is op uw verklaring, dat de betrokken royementspassage van de betrokken redacteur De Boer afkomstig is en niet van u.

Uw verklaring in deze is niet houdbaar. Het betrokken interview is gepubliceerd in de “Stad Ede” op 1 maart 2006 en op 6 maart 2006 vrijwel onverkort overgenomen in de “Barneveldse Krant”. Derhalve (vrijwel) direct voor de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006. Het interview moet door u gezocht zijn. Immers het bestaat vrijwel uitsluitend en alleen uit directe en indirecte aanhalingen van hetgeen u tegenover genoemde redacteur gezegd heeft. Dat geldt ook voor de royements-passage. In de artikelen in beide BDU-bladen staat letterlijk: “Dekker begrijpt niet wat De Haan bezielt. In Lunteren is het algemeen bekend, dat de man als lid van de Dorpsraad Lunteren geroyeerd is.” Het gebruik van het woord “de man” sluit geheel aan bij uw letterlijke denigrerende uitspraken over de heer De Haan als roofdier, als aanvliegende, krijsende en poepende meeuw en als lijsttrekker van een afbreukpartij, die alleen op € 50.000,– uit is.

Het door u gezochte interview kan dan ook niet anders gezien worden dan een doelbewust gezochte politieke karaktermoord aan de vooravond van de verkiezingen, waarbij u de grenzen van algemeen aanvaarde normen van zorgvuldigheid en betamelijkheid verre overschreden heeft. Juist ook, omdat de heer De Haan u als lijsttrekker politiek een verwijt maakte, terwijl u dat slechts met een smadelijk op de man spelen heeft willen beantwoorden.

Ten opzichte van de heer De Haan heeft u derhalve onrechtmatig gehandeld en bent u jegens hem schadeplichtig.

Bij het voorafgaande wil de heer De Haan nog een paar kanttekeningen plaatsen. Een door de heer De Haan bij de Raad voor Journalistiek tegen journalisten van De Gelderlander -die krant had eind december 2005 ook ten onrechte melding van De Haan’s royement door de Dorpsraad Lunteren gemaakt- en de BDU ingediende klacht is op 11 juli 2006 gegrond verklaard. Voor zover u die uitspraak niet kent, sluit ik volledigheidshalve een kopie van die uitspraak bij. In die uitspraak wordt een duidelijk verband gelegd tussen zorgvuldig handelen van journalisten en het moment van publiceren aan de vooravond van verkiezingen, juist omdat eventuele rectificaties van onware mededelingen altijd als mosterd na de maaltijd komen. Voor u ligt dat niet anders. Door het gekozen moment ontnam u de heer De Haan doelbewust zijn weerwoord. Uit diezelfde uitspraak van de Raad van Journalistiek volgt, dat uw mededeling, dat de betrokken redacteur De Boer de betrokken royements-passage aan het december -artikel uit De Gelderlander ontleend had, hoogst onwaarschijnlijk. Dat artikel had een geheel andere strekking en was ruim voor de politieke stellingname van de heer De Haan tegenover u (februari 2006) gepubliceerd. Mailberichten van de heer De Haan aan de redacties van De Gelderlander en de BDU over een onjuiste weergave in de royementspassage kort na die publicatie in De Gelderlander bleven als oninteressant ongelezen op de redacties liggen.

De heer De Haan begrijpt uw gebrek aan de wetenschap over zijn besluit om zelf zijn lidmaatschap van de Dorpsraad Lunteren op te schorten niet. Als wethouder en inwoner van Lunteren bent u over andere dorpszaken altijd goed geïnformeerd. Bovendien betrof het besluit van de heer De Haan om zijn lidmaatschap van de Dorpsraad op te zeggen een politieke kwestie (aankoop grond voor een rondweg), bij welke transactie ook een familielid van u betrokken was. Om in deze tot een bevredigende oplossing te komen, stelt de heer De Haan voor, dat u hem een symbolische schadevergoeding van € 500,– betaalt en dat u tegenover de raad van de gemeente Ede en in de locale pers (De Gelderlander, BDU-bladen en de Edense Post publiekelijk erkent, dat uw uitspraken over de heer De Haan in de interviews in de BDU-bladen op 1 en 6 maart 2006 onrechtmatig waren. Over de tekst van een dergelijk bericht worden wij het wel eens. Zoals gebruikelijk wordt dit voorstel onder voorbehoud van alle rechten gedaan.

Een kopie van deze brief heb ik naar de burgemeester van de gemeente Ede gestuurd – dit gezien zijn beslissing van 2 augustus 2006 in de klachtenprocedure – en aan het bestuur van het CDA van de kieskring, waartoe de gemeente Ede behoort.

Gaarne zie ik uw reactie tegemoet.

Hoogachtend,

A.F. Dorhout

——————————————————————————————–

Wat schetst nu onze verbazing, dat Dekker in zijn reactie op deze brief aan het slot daarvan het feit dat mijn advocaat hem niet als wethouder, maar als CDA-lijsttrekker (dus op zijn privé adres) heeft aangeschreven ten principale afwijst. Hieronder het letterlijke verweer van Dekker. Overigens niet eerder dan nadat mijn advocaat Dekker op 25 september 2006 een aangetekende reminder stuurde.

Ook heel bijzonder! Het verweer van Dekker is op briefpapier van de Gemeente Ede (met in het briefhoofd: W.J. Dekker, wethouder).

betreft                                                                      Ede, 2 oktober 2006

De Haan/wethouder Dekker

Geachte heer Dorhout,

In reactie op uw brief van 5 september j.l. het volgende.

Ik begrijp dat uw cliënt nu van oordeel is, dat zijn klacht tegen mij eigenlijk niet ontvankelijk verklaard had moeten worden. Bovendien/desalniettemin acht hij de beslissing van de burgemeester om een inhoudelijke reden aanvechtbaar.

Het is uiteraard niet de bedoeling om in deze briefwisseling eens te meer de reeds bekende standpunten over deze kwestie uit te wisselen. Ik mag u hiervoor wel verwijzen naar het verslag van de hoorzitting van 27 juni j.l., dat ik in kopie bijsluit.

Ten overvloede herhaal ik dan nog maar eens dat de gewraakte royementsoassage géén citaat van mij is geweest en dat het initiatief voor het interview van de journalist is uitgegaan. Indien u van het tegendeel wenst te blijven uitgaan, zult u dit hebben aan te tonen, mede in het licht van de door u aangehaalde algemeen aanvaarde normen van zorgvuldigheid en betamelijkheid.

Hoewel de gang van zaken in de pers, ook blijkens de uitspraak van de Raad van Journalistiek, te betreuren valt, wens ik mij hiervoor niet de verantwoordelijkheid in de schoenen te laten schuiven.

Gelet op het bovenstaande zult u begrijpen dat ik van mening ben op geen enkele wijze jegens uw cliënt onrechtmatig gehandeld te hebben. Uw schadeclaim ontbeert dan ook iedere feitelijke en juridische grondslag. Indien u een civiele procedure tegen mij mocht starten, dan zie ik deze met vertrouwen tegemoet.

Mocht u het echter wenselijk vinden de grieven van uw cliënt – in diens aanwezigheid – in een persoonlijk gesprek met mij aan de orde te stellen, dan ben ik hiertoe vanzelfsprekend bereid. Ik mag u tenslotte verzoeken uw brieven aan mij voortaan aan het gemeentehuis te adresseren.

Hoogachtend,

W.J. Dekker

——————————————————————————————–

Mede op grond van die laatste slotzin stuurt mijn advocaat Dekker (uiteraard op zijn privé-adres) het volgende antwoord.

Soest, 11 oktober 2006

Geachte heer Dekker,

Inz.: De Haan/Dekker

Hierbij kom ik terug op uw brief van 2 oktober jl.

Als de procedure bij de Raad voor de Journalistiek een ding duidelijk gemaakt heeft dan is het wel, dat de betrokken interviews plaats vonden in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen en dat u daarbij optrad als lijsttrekker CDA. Het klachtenreglement van de gemeente Ede is niet van toepassing op het handelen van lijsttrekkers. Derhalve had de Burgemeester de klacht van de heer G.J. de Haan niet ontvankelijk moeten verklaren. Ik blijf u derhalve op uw huisadres aanschrijven.

Het u verschuilen achter een journalist siert u niet. Voor het overige verwijs ik naar mijn eerdere brieven aan u. Uit uw brief van 2 oktober jl. maak ik op, dat u de vordering van de heer De Haan afwijst. Hem blijft derhalve niets anders over dan u te dagvaarden. U kunt derhalve de deurwaarder verwachten.

Kopieën van uw brief van 2 oktober jl. en van deze brief heb ik aan de heer R.C. Robbertsen en het CDA gestuurd. Voor alle duidelijkheid. Met de kopieën informeer ik de heer Robbertsen als Burgemeester over het nadere formele standpunt van de heer De Haan. Het CDA houd ik op de hoogte, omdat uw handelen als lijsttrekker plaats vindt onder de auspiciën van de partij.

Met vriendelijke groet,

A.F. Dorhout

——————————————————————————————–

Een reactie van Dekker op deze brief volgt wederom op briefpapier van de Gemeente Ede, waarmee Dekker nogmaals heel nadrukkelijk wil demonstreren dat hij in deze kwestie slechts als Gemeentebestuurder c.q. wethouder aanspreekbaar is. Hoe wonderlijk?!

betreft                                                                  Ede, 18 oktober 2006

De Haan/wethouder Dekker

Geachte heer Dorhout,

Ik heb kennisgenomen van uw brief van 11 oktober j.l. U brengt daarin geen nieuwe gezichtspunten naar voren en reageert niet inhoudelijk op mijn vorige brief aan u. Blijkbaar ziet u evenmin heil in een persoonlijk gesprek met mij, waartoe ik u uitdrukkelijk de mogelijkheid heb geboden. Dat brengt mij tot de conclusie dat verdere correspondentie over deze zaak geen zin meer heeft.

Hoogachtend,

W.J. Dekker

——————————————————————————————–

Na deze reactie van Dekker hebben mijn advocaat en ik vooralsnog de moed opgegeven dat er met deze meneer Dekker op een volwassen en intelligente wijze tot zaken kan worden gekomen. Een man met immorele principes die zich (met ondersteuning van zijn burgemeester) veilig waant achter zijn wethoudersambt en daarvan bovendien op flagrante wijze misbruik maakt door een privé zaak trachten te beslechten met correspondentie op Gemeentelijk briefpapier. Dekker is daarmee kennelijk ook nog te gierig om privé een advocaat in te schakelen en is van plan om deze zaak op onjuiste gronden af te ronden op kosten van de Gemeente Ede. Dus op kosten van de burger. Quod non!

Tja wat moet je daarmee???

w.g. George de Haan

29 January 2007
By on 21:24
geselecteerd als gefixeerd bericht

Proclamatie
1 januari 2006

De Partij (nog) zònder Naam is een tijdelijke eenmanspartij (zònder aparte rechtspersoonlijkheid) om gedurende een volle termijn van vier jaar actief deel te nemen aan de Gemeenteraad van Ede.

De Partij is opgericht door George de Haan, wonende te Lunteren. Hij kandideert zich voor de Partij als enige deelnemer op de kandidatenlijst voor de Gemeenteraadsverkiezingen op 7 maart a.s.

De hoofdfunctie van George de Haan is die van kwartiermaker. Dit is bedoeld om met de vergaarde kennis omtrent het functioneren van het dagelijkse Gemeentebestuur over vier jaar met een nieuwe, en vooral organisatorisch sterke, oppositiepartij te kunnen komen.

De voorlopige naam van deze beoogde nieuwe lokale oppositiepartij is AnderEde.

Op het functioneren van het huidige Gemeentebestuur van Ede (Burgemeester, wethouders en raadsleden) bestaat bij een deel van de bevolking grote kritiek. Deze kritiek is een voedingsbodem voor wantrouwen ten aanzien van het dagelijkse bestuur en de gevestigde politiek, wat niet in het belang is van onze Gemeenschap.

Het vermoeden bestaat, dat Ede wordt bestuurd door enkele dominante figuren die met een 19de eeuwse regentenmentaliteit de dienst uitmaken… met het gevolg, dat het nieuwe duale bestel in Ede geen vat kan krijgen op regerende achterkamertjespolitiek.

De Partij is opgezet om bewijzen voor deze achterbakse praktijken op een transparante en democratische wijze op te sporen om deze vervolgens op democratische wijze te bestrijden.

In zijn vorige woonplaats Baarn, heeft George de Haan als kwartiermaker eerder met succes geopereerd. Uit zijn ‘buitenparlementaire’ acties daar is uiteindelijk de lokale partij ‘Hart voor Baarn’ ontstaan. Bij de Gemeenteraadsverkiezingen in 2002 kwam deze nieuwe lokale partij in één klap met zeven* (van de 19) zetels in de Raad.

* 32,6% van 12.070 = 3.937 stemmen.



Let op!

Partij zònder Naam staat NIET op de Verkiezingslijst. Voor het registreren van deze naam waren we te laat bij de Kiesraad. Daarom doen wij met de komende gemeenteraadsverkiezingen mee met:

Lijst 11 (George de Haan)

www.partijzondernaam.web-log.nl / partijzondernaam@planet.nl



15 November 2006
By on 00:53
Integrale uitspraak Raad voor de Journalistiek

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek

inzake de klacht van

G. de Haan

tegen

L. van Wijngaarden en de hoofdredacteur van De Gelderlander alsmede J. de Boer en de Koninklijke BDU Uitgeverij

Bij brief van 14 maart 2006 met zes bijlagen heeft G. de Haan te Lunteren (hierna: klager) een klacht ingediend tegen L. van Wijngaarden en de hoofdredacteur van De Gelderlander (hierna tezamen: De Gelderlander) alsmede tegen J. de Boer en de Koninklijke BDU Uitgeverij (hierna tezamen: BDU). Vervolgens heeft klager bij brief van 30 maart 2006 nog vier bijlagen overgelegd.

G. Bos, adjunct-hoofdredacteur van De Gelderlander, heeft op de klacht gereageerd in een brief van 25 april 2006 met een bijlage.

J. van Ginkel, algemeen hoofdredacteur van de Koninklijke BDU Uitgeverij, die zowel Ede Stad als de Barneveldse Krant uitgeeft, heeft op de klacht gereageerd in een schrijven van 26 april 2006 met diverse bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 mei 2006. Klager is daar verschenen en heeft zijn klacht toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Aan de zijde van BDU was D. Bleuel, regio-chef, aanwezig.

DE FEITEN

Op 27 december 2005 is in De Gelderlander een artikel van Van Wijngaarden verschenen onder de kop “Partij zonder naam wil Edes bestuur ‘opkloppen’”. De intro van het artikel luidt:

“Een grote lokale oppositiepartij moet over vier jaar de Edese politiek vernieuwen. George de Haan uit Lunteren bereidt de coup in vier jaar voor.”

Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passage:

“In Lunteren is hij inmiddels ook geen onbekende. De Haan bemoeide zich met de Dorpsraad in Lunteren, maar botste met het bestuur en werd een jaar geschorst. Hij besloot daarop zijn lidmaatschap op te zeggen.”

Op 1 maart 2006 is in Ede Stad een artikel van de hand van De Boer verschenen onder de kop

“De Haan toont roofdiergedrag”. De intro van dit artikel luidt:

“Opmerkingen van George de Haan van Lijst 11 over Simon van de Pol en zijn eigen persoon, dat zij kiezersbedrog plegen, zijn bij wethouder Wilde Dekker in het verkeerde keelgat gevallen. De Haan ageert tegen de twee Edese wethouders, omdat zij beiden lijsttrekker zijn voor respectievelijk het CDA en de PvdA. ,,Mij wordt verweten, dat ik het wethouderschap als opstapje, als springplank, voor mijn verdere carrière gebruik. Zo zit ik niet in elkaar”, stelt Dekker.”

Dit artikel bevat verder onder meer de volgende passage:

“Dekker begrijpt niet wat De Haan bezielt. In Lunteren is het algemeen bekend dat de man als lid van de Dorpsraad Lunteren is geroyeerd.”

Dit artikel is, in enigszins gewijzigde vorm, op 6 maart 2006 in de Barneveldse Krant gepubliceerd.

Op 28 maart 2006 is in De Gelderlander een artikel met de kop “Goedfout” verschenen dat luidt:

“In het artikel Partij Zonder Naam wil Edes bestuur opschudden (De Gelderlander, 27 december 2005) staat dat George de Haan een jaar is geschorst als lid van de Dorpsraad Lunteren. Dit is onjuist. De Haan heeft zelf zijn lidmaatschap een jaar opgeschort.”

Op 29 maart 2006 is in Ede Stad een artikel verschenen onder de kop “Rectificatie” dat luidt:

“In het artikel ‘De Haan toont roofdiergedrag’, geplaatst in de editie van Ede Stad van woensdag 1 maart 2006, is er ten onrechte melding van gemaakt dat George de Haan als lid van de dorpsraad in Lunteren is geroyeerd. Naar achteraf blijkt, is er onvoldoende aanleiding om deze stelling als vaststaand feit te publiceren. Excuses voor deze incorrecte informatie. George de Haan is niet geroyeerd als lid van de dorpsraad in Lunteren.”

Een artikel met vergelijkbare inhoud is op 15 april 2006 in de Barneveldse Krant gepubliceerd onder de kop “George de Haan”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – kort samengevat – dat in De Gelderlander ten onrechte is vermeld dat hij als lid van de Dorpsraad Lunteren is geschorst. Op 27 december 2005 heeft hij dat in een e-mail aan Van Wijngaarden kenbaar gemaakt en meegedeeld dat hij destijds zelf zijn lidmaatschap heeft opgeschort en uiteindelijk heeft opgezegd. In zijn e-mail heeft hij ook de achtergronden van een en ander aan Van Wijngaarden kenbaar gemaakt.

Verder stelt klager dat in Ede Stad en de Barneveldse Krant ten onrechte is vermeld dat hij als lid van de Dorpsraad Lunteren is geroyeerd. Hij wijst erop dat hij de hiervoor bedoelde e-mail van 27 december 2005 over de berichtgeving in De Gelderlander destijds ook ter kennisneming aan de redactie van Ede Stad heeft gestuurd. Bovendien heeft hij de redactie van Ede Stad direct op 1 maart 2006 in een e-mail op de onjuiste berichtgeving aangesproken. Klager betoogt dat sprake is van foute, onzorgvuldige en uiterst belastende berichtgeving.

De Gelderlander erkent dat de klacht in de kern volkomen juist is, maar door de tijd is achterhaald. Op 23 maart 2006 heeft J. Brons, chef redactie van de Vallei-edities van De Gelderlander, uitvoerig met klager over de kwestie gesproken. In dat gesprek heeft Brons excuses aangeboden en aangekondigd de fout recht te zullen zetten. Dat is gebeurd op 28 maart 2006. Volgens De Gelderlander heeft klager aan Brons te kennen gegeven tevreden te zijn met de rechtzetting.

Overigens zijn aan klager ook excuses aangeboden voor de vertraagde reactie. De mail die klager onmiddellijk na publicatie had verzonden, is niet tijdig op de juiste waarde beoordeeld. De Gelderlander heeft maatregelen genomen om dat in de toekomst te voorkomen.

BDU stelt dat De Boer zich voor wat betreft de passage over het vermeende royement van klager heeft gebaseerd op een publicatie in De Gelderlander in december 2005, waarin werd gemeld dat klager was geschorst. Toen was er voor De Boer geen aanleiding om aan de correctheid van die publicatie te twijfelen. De e-mail die klager eind december over de onjuistheid in De Gelderlander heeft verspreid, heeft De Boer niet onder ogen gekregen. Die e-mail heeft op de redactie van Ede Stad niet de aandacht gekregen die het verdiende. Dat kwam ook omdat het een e-mail betrof gericht aan de collega van De Gelderlander. Ter zitting erkent Bleuel desgevraagd, dat de informatie over klager destijds beter gecheckt had moeten worden.

BDU erkent dat ten onrechte is gemeld dat klager geroyeerd was als bestuurslid van de Dorpsraad Lunteren. Zowel in Ede Stad als in de Barneveldse Krant is een rectificatie gepubliceerd, hetgeen een gebruikelijke gang van zaken is binnen het redactionele beleid. Als journalisten aantoonbaar in de fout gaan, wordt dat zonder terughoudendheid rechtgezet. Het is jammer en onbegrijpelijk dat klager niet direct contact heeft opgenomen met de redactiechef en dat hij geen poging heeft gedaan de aangelegenheid te bespreken met de algemeen hoofdredacteur. Bovendien heeft klager zich niet gewend tot de regioredacteur van de Barneveldse Krant, die het bericht uit Ede Stad heeft overgenomen. De situatie zou in een eerder stadium ongetwijfeld tot wederzijdse tevredenheid zijn opgelost als klager gericht contact had gezocht. De vertraging in de rechtzetting is een gevolg van onvoldoende effectieve communicatie.

In dat verband wijst BDU erop dat klager zo vaak e-mails stuurt, dat hij daardoor afbreuk heeft gedaan aan de attentiewaarde van zijn uitingen. In dat licht gezien zijn de e-mails waarin hij bezwaar maakte tegen het gepubliceerde ‘royement’ helaas ondergesneeuwd. Ter zitting voegt Bleuel hieraan toe dat de e-mails van klager wellicht ook aan de aandacht zijn ontsnapt vanwege de verkiezingstijd.

Toen de protesten van klager aanhielden en hij de Raad inschakelde, is de aard van de klacht duidelijk geworden. De redactie van Ede Stad heeft daarop besloten een onderzoek in te stellen en klager daarvan op de hoogte gebracht. Daarbij is aan klager bericht dat als het onderzoek zou uitwijzen dat er geen sprake was van een royement, er een rectificatie zou worden geplaatst. Verder is klager aangeboden de rubriek ‘Ingezonden brieven’ te benutten om zijn kant van het verhaal aan de lezers kenbaar te maken. Klager heeft laten weten een en ander als ‘mosterd na de maaltijd’ te beschouwen.

De berichtgeving is zowel in Ede Stad als in de Barneveldse Krant gerectificeerd. Een en ander verdient geen schoonheidsprijs, aldus Bleuel ter zitting, maar er is naar eer en geweten gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De gewraakte artikelen zijn gepubliceerd in een opmaat naar de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006. De vermelding dat klager als lid van de Dorpsraad Lunteren is ‘geschorst’ c.q. ‘geroyeerd’ tast zijn integriteit als politicus aan en is – gelet op het feit dat klager zich verkiesbaar had gesteld – uitermate diffamerend. De Gelderlander en BDU hadden in dit geval bijzonder zorgvuldig te werk moeten gaan en hadden de beschuldiging, die als vaststaand gegeven is gepresenteerd, niet zonder voorafgaand adequaat onderzoek naar de gegrondheid ervan mogen publiceren. Vaststaat dat voor de beschuldiging onvoldoende grondslag bestond. Door over klager te berichten zoals zij hebben gedaan, hebben zowel De Gelderlander als BDU grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.

Het had op de weg van De Gelderlander en BDU gelegen de onzorgvuldige berichtgeving direct recht te zetten nadat klager zijn bezwaren had kenbaar gemaakt, en niet pas nadat hij de onderhavige klacht had ingediend. Dat de e-mails van klager ter zake onvoldoende aandacht hebben gekregen, dient voor rekening van De Gelderlander en BDU te komen.

De rectificaties zijn uiteindelijk gepubliceerd geruime tijd na de artikelen waarop zij betrekking hebben, terwijl bovendien de gemeenteraadsverkiezingen inmiddels hadden plaatsgevonden. Naar het oordeel van de Raad hebben de rectificaties aldus de nadelen die klager van de artikelen moet hebben ondervonden, onvoldoende kunnen herstellen.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt De Gelderlander en BDU deze beslissing integraal of in samenvatting in De Gelderlander c.q. Ede Stad en de Barneveldse Krant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 11 juli 2006 door prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, waarnemend voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. F.W. Dresselhuys, mw. drs. I. Wassenaar en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Voorzitter

Secretaris

22 July 2006
By on 09:05
Nabeschouwing / Klachtenprocedure tegen Dekker

‘Kiezersbedrog in Ede met voorgekookte achterkamertjespolitiek’

Op zaterdagmiddag 25 februari sprak ik tijdens het flyeren in het centrum van Ede met VVD-raadslid Van Milligen. Hij ontkende met grote stelligheid mijn eerder gedane bewering omtrent ‘kiezersbedrog’ in Ede… dat het nieuwe college al voor 80% gevormd zou zijn (zie Item nr. 28. "Arrogantie aan de macht in Ede", van 17 februari op deze site). Op mijn verdediging, dat er hooguit voor nog 20% onzekerheid bestond of GemeenteBelangen òf de VVD een wethouder zou leveren, lachte Van Milligen mij vierkant uit. Sic! Na lezing van de ‘Vallei-pagina’ in de Gelderlander van 22 maart 2006 kwam de aap toch wel uit de mouw: Van Milligen wist namelijk ver voor de gemeenteraadsverkiezingen al dat VVD-collega Frank van Zuilen kandidaat-wethouder* was. Dus Ede gefeliciteerd met de oude wijn in oude zakken ! * Piet Pieterse (LOE) riep dit overigens al op de avond van het door de Dorpsraad van Bennekom georganiseerde verkiezingsdebat, d.d. 21 februari. In de Gelderlander van 29 maart jl. ‘roept’ Koos van Boven (GemeenteBelangen) n.a.v. het nieuwe door Dekker op een persconferentie gepresenteerd ‘oude’ college: kiezersbedrog. Me dunkt, dat George de Haan er dus met zijn Itemnr. 28 "Arrogantie aan de macht in Ede" op deze site op 17 februari jl. er helemaal niet naast zat! Tenslotte vraag ik mij af: A. Hoe het mogelijk is, dat Lunteraan Dekker na acht jaar nog zo gehecht is aan het Edese pluche, terwijl elke bestuurskundige weet dat dit bepaald niet bevorderlijk is voor het wethoudersambt. B. Waarom Dekker in het verleden graag degene beschimpte die volgens hem "voor de Bühne ging". Gelet op zijn recente optreden als informateur en als formateur moet Dekker zich schamen en wordt het tijd dat hij leert wat ‘zelfkritiek’ inhoudt.



Klachtenprocedure tegen Dekker

Ter verkrijging van genoegdoening van de zijde van CDA-wethouder Wilke Dekker voor zijn via de pers geponeerde leugen jegens George de Haan loopt er nu (in de aanloop naar een definitieve gang naar de civiele rechter) een aanklachtenprocedure bij: A. de Raad voor de Journalistiek (RvdJ) te Amsterdam; B. de voorzitter van het landelijk bestuur van het CDA in Den Haag; en C. het dagelijks bestuur van het CDA, afd. Gelderland. Niettegenstaande de lopende procedure bij de RvdJ (w.v. de zitting is op 11 mei a.s. in de middag) heeft: 1. dagblad de Gelderlander op 28-03-06 onderstaande rectificatie alvast gepubliceerd; en 2. EdeStad op 29-03-06 ook een soortgelijke rectificatie gepubliceerd. Alleen al met deze twee (overigens veel te summiere rectificaties) is nu al aangetoond, dat dhr. Dekker willens en wetens de leugen heeft verkondigd: "In Lunteren is het algemeen bekend dat de man als lid van de Dorpsraad Lunteren is geroyeerd." Wordt vervolgd. Zie ook voor meer informatie hierover bij Itemnr. 38. op deze site. …. maar houd ook de publicaties in de Media over Wethouder Dekker in de gaten. Zo verklaart onderstaande publicatie al heel veel over een achterliggende reden waarom Dekker George de Haan verhinderde een zetel (incl. fractievoorzitterschap) in de Edese Gemeenteraad te bemachtigen.



De 22 minuten durende zitting van de Raad voor de Journalistiek, 11 mei 2006, had een bijzonder grillig verloop. Over het hoe en wat dient nog zeker voor een achttal weken het stilzwijgen in acht te worden genomen.

Op 14 juli 2006 kwam de RvJ uiteindelijk met de uitspraak dat de klachten tegen de twee journalisten Van Wijngaarden en De Boer van resp. Wegener (de Gelderlander) en de BDU (EdeStad en Barneveldse Krant) GEGROND waren. Hoera!

De uitspraak zelf komt er in het kort op neer dat de hierboven genoemde twee uitgevers + journalisten op George de Haan EERROOF hebben gepleegd. Quod non!



22 March 2006
By on 10:51
40. Laatste bericht van George de Haan

Deze verkiezingsdag… de dag van de waarheid voor de Partij (nog) zònder Naam / Lijst 11 (George de Haan)

Deze avond rond 10.00 uur werd het voor 200% duidelijk dat George de Haan in Ede e.o. als lokaal politicus (dankzij de lasterlijke media-actie van wethouder Wilke Dekker en de journalist Jan de Boer) NIET wordt gepruimd. Slechts 0,2% van de stemmen, dan wel 120 stemmen was zijn loon. Dus…

OVEREN SLUITEN !!



7 March 2006
By on 11:03
39. Interview met wethouder Dekker in Ede Stad

Hieronder de complete tekst van het (inmiddels) beruchte interview met CDA-wethouder Dekker in Ede Stad van 1 maart 2006.

De Haan toont roofdiergedrag
Nieuwe partij dwingt geen respect af

EDE -Opmerkingen van George de Haan van Lijst 11 over Simon van de Pol en zijn eigen persoon, dat zij kiezersbedrog plegen, zijn bij wethouder Wilke Dekker in het verkeerde keelgat gevallen. De Haan ageert tegen de twee Edese wethouders, omdat zij beiden lijsttrekker zijn voor respectievelijk het CDA en de PvdA. ,,Mij wordt verweten, dat ik het wethouderschap als opstapje, als springplank, voor mijn verdere carrière gebruik. Zo zit ik niet in elkaar”, stelt Dekker.

door Jan de Boer

Volgens de net als De Haan in Lunteren wonende Dekker is het een kwestie van de pot verwijt de ketel dat ie zwart ziet. ,,Hij gebruikt zelf de politiek als opstapje voor zijn eigen carrière. Als hij die kans via een andere partij krijgt doet hij het zeker. Ik heb die kansen zelf gehad. Als ik had gewild, had ik via de Tweede Kamer ergens burgemeester kunnen zijn. Dat heb ik niet gedaan.”
De kritiek op Van de Pol en hem vergelijkt Dekker met roofdiergedrag. ,,Als roofdier geeft hij niet af op de kudde, maar pikt hij de lijsttrekker er uit. Dat dwingt geen respect af. Het typeert de man zelf. Hij beschuldigt mij, maar heeft met mij hierover geen gesprek gehad. Ik heb hem één keer gesproken. Toen was hij poeslief.”
Dekker is klip en klaar over zijn positie na de verkiezingen. ,,Als ik niet als wethouder word aangewezen, ga ik in de gemeenteraad zitten. Dat heb ik mijn partij glashelder beloofd. We hebben te maken met iemand die redeneert zoals de waard is, zo vertrouwt hij z’n gasten. Hij kan het zich dat niet voorstellen. Omdat hij zelf niet zo in elkaar zit.”
Het optreden van De Haan vergelijkt Dekker ook met een meeuw.

Wethouder vindt De Haan ‘roofdier’

,,Hij komt aanvliegen, krijst, poept de boel onder en moet dan weer weg. Ik heb niets op met afbreukpartijen. Dit soort mensen nemen in vier jaar wel 50.000 euro aan. Hij werkt enkel vanuit een negativisme. Op iemand die alleen een hoop stampij maakt, zitten we in Ede niet te wachten.”
De PvdA hoopt volgens Maarten Jan Kettmann van harte dat de kiezer de partij in staat stelt deel te nemen aan het college. ,,Als dat zo is en als de collegeonderhandelingen zo verlopen dat de PvdA de deelname in het college kan continueren is Simon van de Pol inderdaad kandidaat om door de PvdA als wethouder te worden voorgedragen. Mocht de PvdA onverhoopt geen deelname krijgen aan het college dan zal hij de komende periode fractievoorzitter zijn.”

Dekker begrijpt niet wat De Haan bezielt. In Lunteren is het algemeen bekend, dat de man als lid van de dorpsraad Lunteren is geroyeerd. Dat men in Baarn, zijn vorige woonplaats, blij is dat hij daar niet meer woont. En dat hij, zo zegt iemand, weinig respect voor anderen heeft en dat hij weg is als het vuur te heet wordt onder de voeten. Samenwerking is iets waar de Lunteraan het moeilijk mee lijkt te hebben. ,,Het zegt veel dat hij alleen op de lijst staat. Dat geeft aan dat hij niet wil samenwerken”, vindt Dekker.
Hij vervolgt: ,,Ik heb respect voor een constructieve lokale partij. Koos van Boven van GemeenteBelangen benadert zaken bijvoorbeeld altijd op een positieve manier. Altijd heeft hij in het achterhoofd om in positieve zin een bijdrage te leveren aan de gemeente Ede. De Haan is iemand, die niet uitgaat van eigen kracht. Hij beschuldigt Van de Pol en mij van regentengedrag. Dat doet De Haan zelf door er als roofdier er eentje van een partij uit te pikken. Het is een laf gedrag om groot te willen worden door de ander naar beneden te drukken.”



Voor een eerste commentaar, lees het volgende item. Zo klopt er niets van Dekker’s bewering “de man als lid van de dorpsraad Lunteren is geroyeerd”. Let wel: het omgekeerde is het geval geweest… enzovoort!!



3 March 2006
By on 16:29
38. Met lijst 11 gaat het de goede kant op!

Na Kettmann (Fractievoorzitter PvdA)… … nu ook Dekker (CDA-wethouder/politiek leider/lijsttrekker) op de kast.

Het gaat goed, beide heren voelen nu (door het ‘roofdierengedrag’ van George Haan?) kennelijk de hete adem in de nek. Helaas gaan beide vroede vaderen daarna wel uit hun nek kletsen. Zie niet alleen Item-nr. 30. op deze site, maar lees ook het interview van onafhankelijk (?) journalist Jan de Boer (met Dekker) in Ede Stad van 1 maart jl. Zie Item 39.*

Voor George de Haan cq Lijst 11, is dit artikel natuurlijk een dubieuze manier om gratis publiciteit te krijgen. Sic!

* De Boer & Dekker pakken ferm uit met de kopregel:

De Haan toont roofdiergedrag

Omdat beide heren geen moeite hebben met het verkondigen van leugens, zeg ik (ref. Lucas 10, vers 16) ook tegen hen:

“Een beetje integer kan niet. Je bent integer of je bent het niet!”

Eerder op deze site heb ik beschreven, dat de voorzitter van de Dorpsraad in Lunteren (met medeweten van Dekker?) actieve belangenverstrengeling pleegde bij de verkoop van landbouwgrond (uit privébezit van zijn vrouw, nota bene familie van Dekker) t.b.v. de westelijke rondweg van Lunteren.
Vanwege deze kwestie heb ik destijds mijzelf (als actief lid van de Dorpsraad) per direct geschorst… vooral om daarmee medeplichtigheid te vermijden. Maar…, na een vol jaar bleek deze kwestie, ondanks beloften daaromtrent door het dagelijks bestuur van de Lunterse Dorpsraad, nog steeds geen consequenties voor de voorzitter te hebben gehad. Mijn eigen consequentie was toen heel simpel: schorsing opheffen door mijn eigen lidmaatschap van de Dorpsraad op te zeggen.

Sindsdien schrijft de pers steeds, ondanks mijn veelvuldige tegenwerpingen, dat George de Haan door de Dorpsraad is ‘geschorst’, dan wel ‘geroyeerd’. Een grote leugen dus, dat in bovenstaand artikel ook nog eens door Dekker wordt herhaald.

Zo staan er in dit artikel in Ede Stad meer onjuistheden, waarvan ik slechts eentje wil noemen. Volgens Dekker hebben wij elkaar in het verleden slechts één keer gesproken. Hij doelt daarmee waarschijnlijk op 8 februari jl. in het Edese Oude Politiebureau. Daar zaten Dekker en ondergetekende meer dan een uur naast elkaar, waarbij Dekker zo beleefd (dan wel arrogant) was om al die tijd heel demonstratief half met de rug naar mij toe te zitten. Sic.

Nee, Dekker zal alle redenen hebben om de 13de juni 2003 te vergeten. Hij zal dan ook niet graag worden herinnerd aan:

A. De brief die ik hem op 12 juni 2003 stuurde (zie Item-nr. 12. op deze site), en
B. Het feit dat hij op 13 juni van 9.00 – 13.00 uur op zijn eigen verzoek bij mij in huis heeft gezeten om met George de Haan persoonlijk kennis te maken.

Vooralsnog laat ik de inhoud van deze ontmoeting even met rust. Mocht ik na 7 maart in de Edese gemeenteraad een zetel krijgen, dan zal ik deze ontmoeting op een gepast moment zeker nog eens aan de orde stellen om deze CDA-wethouder te ontmaskeren! Me dunkt zo langzamerhand wel nodig! Al was het maar in het belang van Ede en de lokale democratie. En ook om aan te tonen dat het hele Edese normen- en waardendebat een farce was, een CDA-project voor de Bühne. En dan nog wel van een soort, waaraan Dekker toch altijd zo’n hekel had? De onfatsoenlijke uitlatingen van Dekker in dit interview met Ede Stad leveren hiervoor toch wel het bewijs. Me dunkt!

PS Mensen die willen weten wat ik in mijn vorige woonplaats Baarn heb bewerkstelligd, adviseer ik bij de Baarnsche Courant (w.o. de journalist Martin Hoogendoorn) en/of bij Wim Lieberwerth, VVD-wethouder te Baarn te rade te gaan.
Overigens is dit interview een klassiek voorbeeld van hoe Dekker doorgaans zijn monologen houdt… en wel op een wijze zoals Marcel van Dalen (D66) onlangs beschreef in de Gelderlander: “Hoe hij verbaal de raad onder schot neemt, fantastisch. Ook al klopt het vaak volstrekt niet.”
Nu, zoals Dekker in dit interview zegt: “Als roofdier geeft hij niet af op de kudde, maar pakt hij de lijsttrekker er uit. Dat dwingt geen respect af.” … dit klopt dus van geen kanten! De werkelijkheid in de vrije natuur is, dat een roofdier bij het belagen van een kudde wel uitkijkt om de leider aan te vallen, nee hij richt zich dan juist op een achterblijver, een zwakkeling.
Zoals Dekker George de Haan nu beschrijft zou je voor hem dus wèl respect moeten hebben. Immers de lijsttrekker is bepaald niet de zwakste in de politieke arena!



Nabeschouwing, d.d. 2 maart

Naar aanleiding van de tirade van CDA-wethouder Dekker in Ede Stad van 1 maart heb ik verscheidene reacties gehad.
De een spreekt z’n verbazing uit over de onprofessionaliteit van de wethouder… door vrijwel in het gehele interview i.p.v. op de bal op de persoon De Haan te spelen… maar inhoudelijk in feite nauwelijks weerwoord geeft op de zakelijke argumenten die door George de Haan op zijn website zijn gebruikt als kritiek op vertegenwoordigers van het Edese college.
In dit verband wordt ook de rol van de journalist in kwestie negatief beschouwd… want had die Dekker niet in bescherming kunnen nemen. Zeker daar algemeen bekend is, dat De Boer nogal close met Dekker is?
Een andere reactie is, dat Dekker zich door De Haan wel erg gemakkelijk uit de tent heeft laten lokken… had hij niet beter, evenals Kettmann dat voor Van de Pol heeft opgenomen, een andere CDA-er kunnen vragen voor hem de kastanjes uit het vuur te halen?
Weer een andere reactie is. Is Dekker met zijn ordinair gescheld niet door de mand gevallen… is deze man dan wel capabel om voor zijn emense wethouderssalaris het publieke belang te dienen?
Zelf zou ik hierop wel willen reageren. Mocht ik met Lijst 11 in de gemeenteraad komen, dan zal ik later zeker met een gepaste reactie komen. Vooralsnog vraag ik mij af, waar de grenzen liggen bij deze wethouder. Zo vraag ik mij al enkele jaren af of een wethouder, met zijn publieke voorbeeldfunctie, wel binnen de door de CDA gestelde normen & waarden valt als hij z’n echtgenote toestaat haar auto bij een plaatselijke beunhaas in periodiek-onderhoud te geven?

Aanbod advocaat

Vandaag, 3 maart, belde mij een advocaat met het aanbod om n.a.v. bovengemeld interview met wethouder Dekker in Ede Stad een aanklacht bij justitie in te dienen. Haar heb ik gevraagd te wachten tot na de komende verkiezingen. Mocht ik dan in de gemeenteraad komen, dan vecht ik het wel uit met de wettelijk beschermde status (‘zonder ruggelast’) van raadslid. Mocht ik dan niet in de raad worden gekozen, dan kan er richting Dekker ook een claim worden ingediend voor materiële schade, t.w. de door Dekker in zijn interview genoemde 50.000,- euro.

De aanklacht zelf zal in beginsel gaan over opzettelijk:

1. vals beschuldigen
2. kwaadspreken
3. beledigen

met het oogmerk George de Haan publiekelijk te beschadigen, waarmee wordt verhinderd dat hij op 7 maart a.s. in de Edese gemeenteraad wordt gekozen.

Wordt deze aanklacht ingediend dan zal daarin ook de rol van journalist Jan de Boer en de uitgever van Ede Stad worden meegenomen. Onder ander vanwege de nalatigheid geen (tijdig) hoor en wederhoor te hebben toegepast opdat George de Haan zichzelf, ruim voor de verkiezingen, had kunnen verdedigen tegen de valse aantijgingen van wethouder Dekker.
Een klacht bij de Raad voor Journalistiek hieromtrent zal daar dan zeker ook worden gedeponeerd.

PS Een klacht over het platvloerse gedrag van wethouder Dekker is bij het CDA-hoofdbestuur (voorzitter Marja van Bijsterveld) in Den Haag inmiddels al wel ingediend. Intussen heeft deze klacht het CDA-bureau Afd. Gelderland ook al bereikt.



Hieronder het formele (keiharde) bewijs dat Dekker cs liegen met hun stellige bewering, dat George de Haan door De Lunterse Dorpsraad ooit geroyeerd zou zijn. Nee… het OMGEKEERDE IS WAAR!

… en hier ging het nu om!

… en hierom!

… en hierom!




1 March 2006
By on 15:25
37. Zo lees je het ook eens anders

Lokale politici meer met elkaar bezig dan met burger De Volkskrant, dinsdag 28 februari 2006, ANP

NIJMEGEN – Terwijl uit tal van onderzoeken naar voren komt, dat burgers zich zorgen maken over maatschappelijke problemen als veiligheid, minderheden en integriteit, noemen lokale politici conflicten binnen het gemeentehuis het belangrijkste probleem waarmee ze te maken hebben gehad in de afgelopen vier jaar. Leidinggevende ambtenaren delen die opvatting.

Dat blijkt uit een onderzoek van de afdeling Bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen. Het onderzoek is gebaseerd op een enquête, die sinds 1989 regelmatig is gehouden onder bestuurders en ambtenaren van middelgrote gemeenten (tussen de 25.000 tot 250.000 inwoners). Volgens de onderzoekers zijn lokale bestuurders en hoge ambtenaren vooral met elkaar bezig. Pogingen om de kloof tussen bevolking en politici te dichten zijn tot nu toe niet gelukt.

Voor het Nijmeegse onderzoek zijn bestuurders en hoge ambtenaren van 35 gemeenten ondervraagd. Van de politici vond 45,5 procent problemen binnen het lokale bestuur het belangrijkste conflict in deze raadsperiode. Vier van de tien ondervraagden gaven ruzie binnen de gemeentelijke organisatie tevens aan als belangrijkste probleem. 27,7 Procent noemt de gemeentelijke financiën erg belangrijk.

Onderwerpen die burgers vaak zeer belangrijk vinden, scoren onder lokale politici en ambtenaren nauwelijks. Veiligheid is maar voor 12,3 procent het grootste probleem. Minderheden en bestuurlijke integriteit scoren slechts onder een paar procent van de bestuurders.

Meer dan 80 procent van de ondervraagden zoekt elkaar ook op voor advies en steun, zo blijkt uit het onderzoek. Slechts zelden gaan plaatselijke bestuurders of hoge ambtenaren te rade bij maatschappelijke groeperingen als er een probleem is. Die houding is in de laatste tien jaar nauwelijks veranderd, stellen de Nijmeegse onderzoekers.

De bestuurskundigen constateren dat er sinds 1989 tal van hervormingen zijn doorgevoerd om de kloof tussen bevolking en politiek te dichten, zoals de invoering van referenda, dualisme en decentralisatie van het beleid. Maar die veranderingen hebben er vooral voor gezorgd dat men zich binnen het gemeentehuis zeer is gaan richten op veranderingen als zodanig en de onderlinge verhoudingen. Het doel van de hervormingen, namelijk dichten van de kloof, is uit het oog verloren, aldus de onderzoekers.



Denkt u nu echt, dat bovenstaand verhaal niet voor Edese raadsleden geldt? Nou mooi niet! Van de 39 raadsleden zijn er de afgelopen jaar hooguit 5 – 10 actief geweest naar hun achterban.
Natuurlijk komt het omdat Raadslid zijn een bij-baan is. Met alle vrijblijvendheden van dien. Daarom zal het goed zijn dat Minister Remkes (Binnenlandse Zaken) het binnenkort voor mekaar krijgt om:

A. het aantal raadsleden sterk te verminderen;
B. de raadsleden een salaris te geven op basis van een fulltime-baan.

In dat geval kan geen enkel raadslid zich nog verontschuldigen door geen of nauwelijks systematisch contact te hebben met de burger (ongeacht partij-voorkeur).



Opmerkelijk
Lees op 1 maart in Ede Stad de wekelijkse column ‘REDElijk getikt’ van Freek Wolff, met het kopje ‘Pluche’. In deze column probeert Wolff in te haken op bovenstaand kranteartikel… maar spaart de kool en de geit (lees de Edese raadsleden) wel zeer opvallend… waarmee zijn column rechtstreeks in het water valt. Sic!



28 February 2006
By on 21:49
36. Noodroep: Te gek voor woorden

Een structureel Ede’s bestuursprobleem ten top!

Onderstaande bezwaarbrief (plus de daaronder geplaatste drie foto’s) is een zoveelste bewijs dat het in Ede niet pluis is als het gaat om de (rechts-)bescherming van de reguliere belangen van de gewone burger. Let in deze brief eens op de beschreven status van de projectontwikkelaar. In heel Nederland is dit een probleem. De gemiddelde ambtenaar kan het never, nooit opnemen tegen de professionals van de gemiddelde projectontwikkelaar.
Hoe simpel zou het niet zijn om dit te voorkomen?
Antwoord:

Beste gemeenteraad,

begin eens met het aanstellen van professionele wethouders!!!



Gemeenteraad van de gemeente Ede
Postbus 9022
6710HK Ede

Ede, 28 februari 2006

Ons Kenmerk: Bezwaarbrief bewoners de Munt/2006-01
Betreft: Bezwaar bouw appartementencomplex ” De Ginkel”

Aan de gemeenteraad van Ede,

Graag willen wij uw aandacht vragen voor het volgende:

Sinds drie jaar wonen wij aan de Halte, aan de zijde van de voormalige Expertsteeg.
Toen we het appartement kochten, waren wij ervan op de hoogte dat het Expertpand zou worden gesloopt en dat er onder andere een appartementencomplex zou kunnen worden gebouwd. Door de verkopend
makelaar van de Munt, was ons verteld dat er mogelijk appartementen gebouwd zouden worden ter hoogte van de garages van Expert en dat het pand maximaal twee verdiepingen zou krijgen. Wij zagen hier geen
problemen in, want het zou alleen maar een betere woonomgeving worden en uitzicht op het voormalig Expertpand is ook niet ideaal te noemen.

Voordat wij verder gaan willen wij voor alle duidelijkheid vermelden dat wij dus niet tegen de bouw van een appartementencomplex zijn, maar wij zijn wel tegen de bouwplannen zoals deze nu uiteindelijk geworden zijn. Met name de hoogte in combinatie met de afstand tussen beide gebouwen.

Naar mate de tijd vorderde werd het ons duidelijk dat de (voormalige) bouwplannen totaal niet klopten met wat ons was verteld en wat wij, voor zover mogelijk, zelf onderzocht hadden. Zoals de plannen er nu voor
liggen, krijgen wij op minder dan 6 meter een appartementencomplex van 13 meter hoog recht tegenover ons, met de woonkamer aan de kant waar wij onze woonkamer hebben. Dit kan toch niet mogelijk zijn, een
dergelijk korte afstand? Wie wil er nu in zo’n smalle steeg wonen, op een minimale afstand van de overburen? Er is weinig tot geen daglicht en de lucht is nauwelijks meer zien.

Wij zijn ervan op de hoogte dat BD architectuur (oktober 2005) testen heeft gedaan met betrekking tot de hoeveelheid daglicht die wij zullen krijgen als het nieuwe complex er staat. De uitslag is dat er inderdaad wordt voldaan aan de wettelijke minimale eisen. Voor ons, 1e woonlaag, betekent het dat we in de maanden juni en waarschijnlijk mei en juli dan een gering, het minimale, aantal uren zonlicht in de middag hebben.
Zoals het rapport laat zien in de overige maanden niet, of heel erg weinig. Lichtintreding voor de overige verdiepingen zal uiteraard ook sterk verminderen. Hoewel op deze twee punten schijnbaar wordt voldaan
aan de wettelijke minimale eisen; 1. er wordt voldaan aan de minimale eisen qua afstand tussen twee gebouwen i.v.m lichtintreding en eisen gesteld door de brandweer; 2. er is net voldoende daglicht volgens de eisen van de wet, zijn wij erg geschrokken van de nieuwe (definitieve?) woonsituatie. Hoe zit het overigens met de mogelijke geluidsoverlast die in een dusdanig smalle steeg zal kunnen ontstaan? Is dit getest of berekend?

We hebben advies ingewonnen bij een stedenbouwkundig adviseur. Ook deze was verbaasd over de minimale maten van het bouwplan. De ruimte tussen de beide gebouwen met een woonfunctie in meerdere bouwlagen is wel zeer minimaal. Hij verwees naar ons naar de modelbouwverordening van de V.N.G., met name naar artikel 2.5 en de daarbij behorende subartikelen die betrekking hebben op bouwafstanden.
Volgens deze verordening moet er een afstand zijn van 12 meter van de Munt naar de Ginkel, gelet op de hoogte van de Ginkel. Helaas schijnt het, dat er een bestemmingsplan is en dat de gemeente mag afwijken van deze eisen, maar 12 meter is een heel ander verhaal dan de minder dan 6 meter die nu gaat worden aangehouden.

Wat ons verbaast, is dat de gemeente Ede in dit geval in maatvoering afwijkt van de modelbouwverordening van de V.N.G. U moet zich toch kunnen voorstellen dat in deze situatie een maat van nog geen 6 meter een niet te accepteren maat is. De modelbouwverordening geeft deze maten toch niet voor niets.

Het zal u niet verrassen dat wij ons gedupeerd voelen.
Wij komen “bovenop” onze toekomstige overburen te wonen, hebben geen privacy meer, geen uitzicht en weinig tot geen zonlicht. Wonen in het centrum van Ede is leuk, maar niet op deze manier. Dit is geen woongenot meer. Zal het in de toekomst nog mogelijk worden dit appartement ooit voor een redelijke marktprijs weer te verkopen? Wie wil er nu in een smalle steeg van nog geen 6 meter wonen, zonder normaal daglicht? Is deze schade te verhalen bij de gemeente?

Wij dringen dan ook met klem aan op een heroverweging of wijziging van het bouwplan, om te voorkomen dat voor alle partijen een zeer ongewenste situatie ontstaat. Zowel voor de huidige bewoners, als voor de toekomstige bewoners van de Ginkel, maar ook voor de gemeente die een stedenbouwkundige situatie laat ontstaan die alleen maar tot ongewenste situaties zal leiden, hetgeen toch beslist niet de bedoeling is van het centrumgebied.

Wij snappen dat een projectontwikkelaar winst wil maken aan haar bezigheden, dit is het grondbeginsel van een onderneming. De (lokale) overheid heeft in onze ogen juist een controlerende en regelgevende taak om mogelijke wantoestanden te voorkomen en haar burgers te beschermen juist door middel van deze regelgeving. Helaas is in dit geval het gevoel ontstaan dat door dit prestige project (woontorens rond ons centrum) deze controlerende taak uit het oog is verloren en juist de regelgevende taak is aangewend om deze bouwvergunning te verlenen ondanks de vast en zeker bekende zeer geringe onderlinge bouwafstand.
Deze projectontwikkelaars doen uiteraard alles volgens het boekje, het boekje dat zij en hun juristen heel goed kennen en weten dat een particulier hier minder of geen kennis van heeft. Verder passen ze de juiste
procedures toe, om af te kunnen stappen van de voor hun hinderende modelbouwverordening VNG door bestemmingsplannen of wijzigingen hierop aan te vragen, waardoor de particulier ten alle tijden achter de feiten aan zal lopen. Wij kunnen echt niet begrijpen dat de gemeente Ede hiermee akkoord gaat, een grote groep bewoners helpt duperen door haar houding naar deze projectontwikkelaars en absoluut doof lijken te zijn voor welk bezwaarschrift of noodroep dan ook.

Wij hopen door dit schrijven te bereiken dat de gemeente Ede eindelijk haar verantwoordelijkheid neemt in deze en ook tot de conclusie zal komen dat de bouwvergunning zoals die nu is verleend echt niet kan omdat deze een grote groep bewoners echt dupeert en geen blijk geeft van het voeren van een verantwoord en sociaal beleid naar al haar inwoners. Wij vragen met klem om deze kwestie zo spoedig mogelijk in de raad te bespreken en in plaats van alleen de belangen van de projectontwikkelaar cq de gemeente te behartigen, zeker ook onze belangen mee te wegen en toch het bouwbesluit van de VNG na te leven. Waarom bestaat er anders een dusdanig besluit?

Tenslotte zijn wij ons er terdege van bewust dat een wijziging complex is, maar het rendement van, mogelijk een geringe aanpassing, zal zeker positieve resultaten geven voor alle partijen.

Mits gewenst en/of noodzakelijk, willen wij als bewoners deze brief graag mondeling toelichten of hierover in gesprek treden met u.

Met vriendelijke groeten,

Enrico ten Klooster en Marieke van Essen







By on 18:08
35. Sinterklaas op bezoek in het sportcafé

Fractieleider Kettmann van de PvdA speelde weer eens voor Sinterklaas!

Deze avond (27 februari) deelgenomen (zie foto) aan een verkiezingsdebat, georganiseerd door de Belangengemeenschap Edese Veldvoetbalverenigingen. Opvallend waren hierbij de politiek correcte standpunten van de gevestigde partijen. Zo draaide PvdA-wethouder Van de Pol als een dolleman rond zijn eigen argumenten die hij hanteerde om zichzelf (nota bene verantwoordelijk voor het sportbeleid (!) in Ede) te verdedigen inzake de recente verlaging van de jeugdsportsubsidie.
Nadat het gehoor van diverse sportbestuurders daar nogal negatief op reageerde, kwam PvdA-er Kettmann (fractievoorzitter) snel met een Sinterklaascadeautje*, met de toezegging: “Dat hij er persoonlijk voor zou zorgen deze subsidieverlaging per eerst volgende gelegenheid terug te draaien. Zo niet dan zou men hem daarop persoonlijk mogen afrekenen.” Sic!

* Dit was m.i. niet alleen een overduidelijke vorm van ‘electorale politiek’, maar ook een grove vorm van ondemocratische ‘patronage’!!!

Mijn eigen standpunt met betrekking tot subsidies in het algemeen (w.o. sport, cultuur, welzijn en zorg) is ontleend aan een volgende visie:

1. Bewerkstellig in Ede eerst een cultuuromslag binnen het complete openbaar bestuursstelsel.
2. Dwing de gemeenteraad (binnen het duale bestuurstelsel) haar beleid niet op details, maar op hoofdlijnen aan te sturen richting college.
3. Maak subsidies uitsluitend afhankelijk van de mate van maatschappelijke relevantie.
4. Objectiveer de beoordeling van een subsidie via een onafhankelijke (professionele) indicatiecommissie, met behulp van een nog te ontwikkelen universele formule. De uitkomst van deze formule dient steeds een concrete financiële bijdrage op te leveren van 0 tot 50% van de begrote exploitatiekosten.
5. Eis van elke subsidieaanvrager een gestandaardiseerd ‘businessplan’, incl. concrete doelstellingen, een exploitatieberekening, enzovoort.
6. Laat de gemeenteraad het oordeel van deze indicatiecommissie slechts integraal overnemen, dan wel afwijzen. Bij afwijzing kan de betreffende subsidieaanvrager alleen nog in beroep bij een afvaardiging van de Gemeenteraad.

Samen met Geeske Telgen (CDA) en Eric Leltz (GroenLinks/PE) achter de ‘behandeltafel’ van Piet Pieterse in het Clubhuis van de Edesche Boys.



27 February 2006
By on 23:22