Tussenverslag kwestie “Dekker/De Haan”
Dit verslag is bedoeld om de openbaarheid te dienen en daarmee verdere herhaling te voorkomen van idiote en immorele strapatsen van publieke figuren als politicus en wethouder Wilke Dekker en journalist Jan de Boer. De Raad voor de Journalistiek sprak in haar vonnis over deze kwestie niet voor niks over “opzettelijke eerroof van een kandidaat-raadslid”.
Eind 2006 heb ik het dossier "Dekker" pro forma gesloten. Mijn advocaat heb ik toen geadviseerd om de lopende gerechtelijke actie tegen Dekker op te schorten. Sinds het beschamende interview van Dekker in de laatste EdeStad en de Barneveldse Krant voor de Gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006 is gepubliceerd (zie ook elders op deze site) heb ik Dekker ervaren als een zeer godvrezende man, die niettegenstaande z’n hand er niet voor omdraait de meest grote onzin uit te kramen, waarbij hij gemakkelijk verstrikt raakt in zijn eigen verzinsels. Een gerechtelijke procedure tegen zo’n man (met een ongekende dubbele moraal) zal daarom vrijwel gegarandeerd uitlopen op een ‘gebed zonder end’. Altijd zal hij, voluit smoezend, om de hete brij heen draaien, nooit zal hij schuld bekennen c.q. z’n verantwoording nemen. Mijn voornemen is dan ook om deze regenteske bestuurder met zijn overvolle dubbele agenda voortaan te negeren. Vroeg of laat valt hij toch wel om. Bovendien staat vast, dat hij (om met zijn eigen woorden te spreken) ooit voor de hemelpoort genoegen zal moeten nemen met het eindoordeel over hem van de Here.
Vlak voor de definitieve uitspraak van de Raad voor de Journalistiek (zie ook op deze site) heb ik deelgenomen aan een hoorzitting, voorgezeten door burgemeester Robbertsen. Van deze zitting is (met behoud van tikfouten) door juridisch ambtenaar Mr. Rob Broek onderstaand verslag gemaakt.
N.B. Deze hoorzitting vond plaats op uitnodiging van Robbertsen, nadat hij mijn klacht in eerste aanleg al schriftelijk ongegrond had verklaard. Wellicht kwam hij er achteraf achter dat deze hoorzitting bij de eerste behandeling van de klacht al had moeten plaatsvinden. Een bestuurlijk foutje?!
Concept-Verslag hoorzitting op 27 juni 2006 over klacht J. de Haan tegen W. Dekker
De heer Robbertsen opent de zitting en geeft de heer De Haan de gelegenheid zijn klacht toe te lichten.
De heer de Haan zegt dat hij eigenlijk niet veel te zeggen heeft. Hij stelt voor om de artikelen in Ede Stad en de Barneveldse Courant voor te leggen aan de school voor journalistiek in Ede of Utrecht. Hem is door een deskundige verteld dat het gebruik van aanhalingtekens in beide artikelen inconsequent is toegepast: in het ene artikel zijn ze wel en in het andere niet gebruikt. Het betreffende citaat wordt in het ene artikel afgesloten met “vindt Dekker”en in het andere met “aldus Dekker”.Volgens semantische uitleg levert dat een duidelijk bewijs op. Het gaat er niet zozeer om wat hij er zelf in heeft gelezen, maar hoe het bij de lezer over is gekomen. Het artikel in Ede Stad is voor publicatie in de Barneveldse Courant in hoge mate aangepast. Blijkbaar heeft de redacteur zijn conclusies getrokken. Het gaat om een quote, opgemaakt uit de mond van Dekker. Dat is spijkerhard. Hij heeft geen behoefte aan verdere discussie. Beter is het om de zaak aan een onafhankelijke deskundige voor te leggen. Hij is ook bereid om de zaak met behulp van een mediator op te laten lossen.
De heer Robbertsen zegt dat het er nu om gaat om vast te stellen of de heer Dekker de gewraakte bewering nu wel of niet heeft gedaan. Het interview is voor rekening van de journalist, omdat hij geen aanhalingstekens heeft gebruikt. Bovendien heeft de redactie zelf het artikel op dit onderdeel gerectificeerd.
De heer De Haan zegt dat daarover met hem niet gediscussieerd hoeft te worden. Hij heeft de zaak aangekaart bij de Raad voor de Journalistiek. Hij heeft verschillende middelen ingezet om een “say” te krijgen in deze aangelegenheid. Het feit dat de bewering niet tussen aanhalingtekens staat , is niet doorslaggevend. Het gaat erom dat beide artikelen op details van elkaar verschillen . Hij heeft van verschillende kanten al te horen gekregen dat de wijze van publicatie schandalig is.
De heer Robbertsen zegt dat hij de inhoud van het artikel als een zaak van de redactie ziet.
De heer Dekker wijst er op dat hij niet gesproken heeft over roofdier maar over roofdiergedrag. Hij heeft ook niet gezegd dat de heer De Haan is geroyeerd. Dat heeft de heer de Boer hem verteld naar aanleiding van een publikatie in “De Gelderlander”.
De heer de Haan zegt dat de publicaties plaatsvonden op 1 maart en 6 maart 2006 en dat hij via e-mail aan de heer Dekker zijn mening over de artikelen heeft gegeven. Waarom is hij dan niet teruggekomen op wat hij heeft gezegd? Daarvoor had hij alle tijd.
De heer Dekker zegt dat niet hij maar de journalist de bewering van het royement heeft gedaan.
De heer De Haan wijst erop dat het artikel op 27 december in de Gelderlander heeft gestaan. Hij heeft toen al geschreven dat “het niet klopt”. De Boer heeft deze e-mail gelezen. De Haan heeft verschillende pogingen ondernomen om de onjuistheden gecorrigeerd te krijgen. Pas in de eindfase is het hem gelukt om met een sluitend bewijs te komen. Hoe dan ook, het gaat er om welke conclusie de lezer trekt. Weliswaar heeft de krant het artikel gerectificeerd, maar de heer Dekker is niet teruggekomen op zijn bewering.
De heer Dekker zegt dat het artikel is overgenomen uit De Gelderlander; daarbij zijn de termen “schorsing” en “royement” door elkaar gehaald.
De heer De Haan wijst er op dat iedereen in Lunteren weet dat de heer Dekker goed op de hoogte is van wat er in Lunteren gebeurt.
De heer Dekker zegt dat hij zich daar niet mee bezig houdt. Wat de journalisten schrijven is voor hun rekening.
De heer De Haan zegt dat de publicatie wel op een heel goed moment voor de heer Dekker kwam: op 7 maart waren er immers gemeenteraadsverkiezingen. Dat wijst op opzet. Als dat niet zo is dan “eet hij zijn hoed op”. De heer Ketman heeft overigens wel op zijn e-mails gereageerd, maar de heer Dekker niet.
De heer Robbertsen zegt dat de zaak voor hem helder is. Hij begrijpt de emoties, maar kan daar in een klachtenprocedure niet veel mee. Hij zegt te waarderen dat de heer De Haan de zaak langs minnelijke weg wil afdoen. Hij biedt zijn diensten aan om het meningsverschil tussen de heren de Haan en Dekker op een ander moment, los van de klachtenprocedure, op te lossen. Hierop sluit hij de zitting.”
——————————————————————————————–
Opvallend in bovenstaand verslag is:
De heer Dekker wijst er op dat hij niet gesproken heeft over roofdier maar over roofdiergedrag. Hij heeft ook niet gezegd dat de heer De Haan is geroyeerd. Dat heeft de heer de Boer hem verteld naar aanleiding van een publikatie in “De Gelderlander”.
Deze uitspraak lijkt op het verweer destijds van de Amerikaanse president Bill Clinton: “I had no sex with that woman!” Wat Clinton dus (zeker in moreel opzicht) wel degelijk had!!
Dat Dekker hier dus voor 200% sjoemelt en daarmee bestuurlijk en juridisch bij zijn eigen burgemeester wegkomt is ‘absurd’ te noemen.
Wat niet in bovenstaand verslag staat maar tijdens deze hoorzitting wel door Dekker op zeer emotionele en theatrale wijze is gezegd, is dat hij nogal boos is op mij, vanwege vijf zaken uit het verleden:
1. Ik zou hem (en ook collega wethouder Simon van de Pol) onterecht hebben beschuldigd van ‘verkiezingsbedrog’. Zie ook elders op deze site.
2. Ik zou mij tegenover mijn achterbuurman, Jan R., negatief over hem hebben uitgelaten.
3. Ik zou mij tijdens een verkiezingsbijeenkomst in Bennekom uiterst beledigend over hem hebben uitgelaten.
4. Ik zou volledig onterecht een bezwaarschrift t.a.v. het inbreidings-bouwproject aan de Postweg (op huisnummer 73) in Lunteren hebben ingediend. (Zie ook elders op deze site.) Volgens Dekker moest hij dit bouwplan op basis van het bestaande bestemmingsplan wel goedkeuren en was hem daarom niets te verwijten.
5. Ik moet stoppen hem een ‘Regent’ te noemen, omdat dat nergens op zou slaan.
Ad. 1. Kort na de verkiezingen van 7 maart is maar al te duidelijk gebleken dat Dekker (ref. ‘duale stelsel’) misbruik heeft gemaakt van zijn ‘onwettige’ lijsttrekkersrol voor het CDA. Dit stelde hem (evenals in het verleden) bij het samenstellen van een nieuw College volledig in staat om op zijn eigen wijze in achterkamertjes aan de touwtjes te trekken. Lees hieromtrent de vele verontwaardigde commentaren (direct na de verkiezingen) van de zijde van SGP en Gemeente Belangen. En kijk ook nog eens naar een cartoon hierover van Mr. Rob Broek in de Edese Post van 29 maart 2006, waarin informateur Dekker de heren Kisteman en Van Boven de deur wijst met de uitspraak: “We zijn er uit, heren we gaan door met de oude coalitie. U kunt weer gaan.”
Ad. 2. Deze achterbuurman ontkent (desgevraagd) dat hij over George de Haan rechtstreeks met zijn ‘grote vriend’ wethouder Dekker heeft gesproken. Na aandringen biecht hij op, dat hij dat wèl heeft gedaan met zijn ‘grote vriend’ tandarts Erik Z. die op zijn beurt weer met Dekker zou hebben gesproken.
Ad. 3. Bij deze kwestie heeft (hoogstwaarschijnlijk) spion Martin van Dijk (voorzitter van de Dorpsraad in Lunteren en ‘for better and worse’ trouwste fan van Dekker) een rol gespeeld. In Bennekom heb ik mij toen klip en klaar aangesloten bij de harde kritiek van Henk Leutscher, de toen nog levende voorzitter van de Dorpsraad van Bennekom, die het wethouder Dekker al jaren kwalijk nam dat deze met een verouderd bestemmingsplan toestond dat vele rustieke woonplekken in Bennekom door foute inbreidings-bouwprojecten onverantwoord verrommelden. Hetgeen het dorpskarakter van Bennekom niet ten goede kwam. In aansluiting hierop heb ik gewezen op een soort gelijke ‘verrommeling’ aan de Postweg in Lunteren, waar nu op nummer 73 drie ‘kippenhokken’ worden gebouwd. Zie ook elders op deze site.
Ad. 4. Onder verwijzing naar voorgaand punt was hier wethouder Dekker alles te verwijten. Immers hij is verantwoordelijk geweest voor het bewust traineren (mede op grond van privé-belangen?) van het ‘moderniseren’ van een veel te oud bestemmingsplan voor de Edese buitendorpen.
N.B. Hoe is anders ook te verklaren dat eind december van het vorige jaar het Edese College van B&W een voorbereidingsbesluit (incl. ‘Bouwstop’, in afwachting van een nieuw Bestemmingsplan) heeft genomen om deze verrommeling voortaan tegen te gaan?
Ad. 5. Dekker heb ik hierop geantwoord, dat het tijd wordt dat hij daaromtrent maar eens een goed verklarend woordenboek gaat raadplegen. Zelf vind ik, dat een Regent (ondermeer) een monopolist is, die de markt uitmelkt ten gunste van een kleine kring.
——————————————————————————————–
Uiteindelijk komt de burgemeester op 2 augustus 2006 met zijn definitieve conclusie dat mijn klacht (wegens het foute interview van Dekker) tegen zijn wethouder ongegrond is.
Zijn motivatie hierbij is, dat zolang Dekker volhoudt dat niet hij, maar journalist De Boer de bewering heeft gedaan dat De Haan door de Dorpsraad was geschorst… de burgemeester juridisch geen houvast heeft om Dekker te veroordelen. Of Dekker daarbij wel of niet de waarheid spreekt doet hier niet aan af, aldus de burgemeester, want zolang Dekker zich nadrukkelijk verschuilt achter journalist De Boer en daarmee de aanklacht expliciet ontkent kan de burgemeester deze klacht (op louter juridische gronden) niet gegrond verklaren.
N.B. Opvallend is dat Robbertsen hiermee, door Dekker onvoorwaardelijk in bescherming te nemen, zijn wethouder in moreel opzicht volledig imiteert.
Omdat hier mijn poging om Dekker als Gemeentebestuurder c.q. lid van het Edese College aan te klagen mislukte, geef ik eind augustus 2006 mijn advocaat de opdracht om een gerechtelijke procedure tegen Dekker als lokaal CDA-lijsttrekker (dus niet als Wethouder!) op te starten: waarbij Dekker civiel rechtelijk dient te worden aangepakt. Zie onderstaande brief.
Soest, 5 september 2006
Geachte heer Dekker,
Inz.: De Haan/Dekker
In deze treed ik op voor de heer G.J. de Haan te Lunteren.
Uit een klachtenprocedure bij de gemeente Ede is u bekend, dat de heer De Haan u verwijt, dat u in een interview met de redacteur De Boer van de BDU te Barneveld ten onrechte gesteld heeft, dat de heer De Haan als lid van de Dorpsraad Lunteren geroyeerd is.
Bij brief van 2 augustus 2006 heeft de heer R.C. Robertsen, burgemeester van de gemeente Ede, die klacht van de heer De Haan ongegrond verklaard. De heer De Haan kan zich in die beslissing niet vinden. In de eerste plaats had de burgemeester de klacht niet ontvankelijk moeten verklaren. Het betrokken interview deed u als lijsttrekker CDA en niet in uw hoedanigheid van wethouder of namens het college van B&W. Het klachtenreglement van de gemeente Ede gaat niet over het handelen van lijsttrekkers. Dat handelen is m.i. een zaak van het CDA maar ook vooral van de lijsttrekker zelf.
In de tweede plaats is de beslissing van de burgmeester van 2 augustus 2006 aanvechtbaar, nu die beslissing uitsluitend en alleen gebaseerd is op uw verklaring, dat de betrokken royementspassage van de betrokken redacteur De Boer afkomstig is en niet van u.
Uw verklaring in deze is niet houdbaar. Het betrokken interview is gepubliceerd in de “Stad Ede” op 1 maart 2006 en op 6 maart 2006 vrijwel onverkort overgenomen in de “Barneveldse Krant”. Derhalve (vrijwel) direct voor de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006. Het interview moet door u gezocht zijn. Immers het bestaat vrijwel uitsluitend en alleen uit directe en indirecte aanhalingen van hetgeen u tegenover genoemde redacteur gezegd heeft. Dat geldt ook voor de royements-passage. In de artikelen in beide BDU-bladen staat letterlijk: “Dekker begrijpt niet wat De Haan bezielt. In Lunteren is het algemeen bekend, dat de man als lid van de Dorpsraad Lunteren geroyeerd is.” Het gebruik van het woord “de man” sluit geheel aan bij uw letterlijke denigrerende uitspraken over de heer De Haan als roofdier, als aanvliegende, krijsende en poepende meeuw en als lijsttrekker van een afbreukpartij, die alleen op € 50.000,– uit is.
Het door u gezochte interview kan dan ook niet anders gezien worden dan een doelbewust gezochte politieke karaktermoord aan de vooravond van de verkiezingen, waarbij u de grenzen van algemeen aanvaarde normen van zorgvuldigheid en betamelijkheid verre overschreden heeft. Juist ook, omdat de heer De Haan u als lijsttrekker politiek een verwijt maakte, terwijl u dat slechts met een smadelijk op de man spelen heeft willen beantwoorden.
Ten opzichte van de heer De Haan heeft u derhalve onrechtmatig gehandeld en bent u jegens hem schadeplichtig.
Bij het voorafgaande wil de heer De Haan nog een paar kanttekeningen plaatsen. Een door de heer De Haan bij de Raad voor Journalistiek tegen journalisten van De Gelderlander -die krant had eind december 2005 ook ten onrechte melding van De Haan’s royement door de Dorpsraad Lunteren gemaakt- en de BDU ingediende klacht is op 11 juli 2006 gegrond verklaard. Voor zover u die uitspraak niet kent, sluit ik volledigheidshalve een kopie van die uitspraak bij. In die uitspraak wordt een duidelijk verband gelegd tussen zorgvuldig handelen van journalisten en het moment van publiceren aan de vooravond van verkiezingen, juist omdat eventuele rectificaties van onware mededelingen altijd als mosterd na de maaltijd komen. Voor u ligt dat niet anders. Door het gekozen moment ontnam u de heer De Haan doelbewust zijn weerwoord. Uit diezelfde uitspraak van de Raad van Journalistiek volgt, dat uw mededeling, dat de betrokken redacteur De Boer de betrokken royements-passage aan het december -artikel uit De Gelderlander ontleend had, hoogst onwaarschijnlijk. Dat artikel had een geheel andere strekking en was ruim voor de politieke stellingname van de heer De Haan tegenover u (februari 2006) gepubliceerd. Mailberichten van de heer De Haan aan de redacties van De Gelderlander en de BDU over een onjuiste weergave in de royementspassage kort na die publicatie in De Gelderlander bleven als oninteressant ongelezen op de redacties liggen.
De heer De Haan begrijpt uw gebrek aan de wetenschap over zijn besluit om zelf zijn lidmaatschap van de Dorpsraad Lunteren op te schorten niet. Als wethouder en inwoner van Lunteren bent u over andere dorpszaken altijd goed geïnformeerd. Bovendien betrof het besluit van de heer De Haan om zijn lidmaatschap van de Dorpsraad op te zeggen een politieke kwestie (aankoop grond voor een rondweg), bij welke transactie ook een familielid van u betrokken was. Om in deze tot een bevredigende oplossing te komen, stelt de heer De Haan voor, dat u hem een symbolische schadevergoeding van € 500,– betaalt en dat u tegenover de raad van de gemeente Ede en in de locale pers (De Gelderlander, BDU-bladen en de Edense Post publiekelijk erkent, dat uw uitspraken over de heer De Haan in de interviews in de BDU-bladen op 1 en 6 maart 2006 onrechtmatig waren. Over de tekst van een dergelijk bericht worden wij het wel eens. Zoals gebruikelijk wordt dit voorstel onder voorbehoud van alle rechten gedaan.
Een kopie van deze brief heb ik naar de burgemeester van de gemeente Ede gestuurd – dit gezien zijn beslissing van 2 augustus 2006 in de klachtenprocedure – en aan het bestuur van het CDA van de kieskring, waartoe de gemeente Ede behoort.
Gaarne zie ik uw reactie tegemoet.
Hoogachtend,
A.F. Dorhout
——————————————————————————————–
Wat schetst nu onze verbazing, dat Dekker in zijn reactie op deze brief aan het slot daarvan het feit dat mijn advocaat hem niet als wethouder, maar als CDA-lijsttrekker (dus op zijn privé adres) heeft aangeschreven ten principale afwijst. Hieronder het letterlijke verweer van Dekker. Overigens niet eerder dan nadat mijn advocaat Dekker op 25 september 2006 een aangetekende reminder stuurde.
Ook heel bijzonder! Het verweer van Dekker is op briefpapier van de Gemeente Ede (met in het briefhoofd: W.J. Dekker, wethouder).
betreft Ede, 2 oktober 2006
De Haan/wethouder Dekker
Geachte heer Dorhout,
In reactie op uw brief van 5 september j.l. het volgende.
Ik begrijp dat uw cliënt nu van oordeel is, dat zijn klacht tegen mij eigenlijk niet ontvankelijk verklaard had moeten worden. Bovendien/desalniettemin acht hij de beslissing van de burgemeester om een inhoudelijke reden aanvechtbaar.
Het is uiteraard niet de bedoeling om in deze briefwisseling eens te meer de reeds bekende standpunten over deze kwestie uit te wisselen. Ik mag u hiervoor wel verwijzen naar het verslag van de hoorzitting van 27 juni j.l., dat ik in kopie bijsluit.
Ten overvloede herhaal ik dan nog maar eens dat de gewraakte royementsoassage géén citaat van mij is geweest en dat het initiatief voor het interview van de journalist is uitgegaan. Indien u van het tegendeel wenst te blijven uitgaan, zult u dit hebben aan te tonen, mede in het licht van de door u aangehaalde algemeen aanvaarde normen van zorgvuldigheid en betamelijkheid.
Hoewel de gang van zaken in de pers, ook blijkens de uitspraak van de Raad van Journalistiek, te betreuren valt, wens ik mij hiervoor niet de verantwoordelijkheid in de schoenen te laten schuiven.
Gelet op het bovenstaande zult u begrijpen dat ik van mening ben op geen enkele wijze jegens uw cliënt onrechtmatig gehandeld te hebben. Uw schadeclaim ontbeert dan ook iedere feitelijke en juridische grondslag. Indien u een civiele procedure tegen mij mocht starten, dan zie ik deze met vertrouwen tegemoet.
Mocht u het echter wenselijk vinden de grieven van uw cliënt – in diens aanwezigheid – in een persoonlijk gesprek met mij aan de orde te stellen, dan ben ik hiertoe vanzelfsprekend bereid. Ik mag u tenslotte verzoeken uw brieven aan mij voortaan aan het gemeentehuis te adresseren.
Hoogachtend,
W.J. Dekker
——————————————————————————————–
Mede op grond van die laatste slotzin stuurt mijn advocaat Dekker (uiteraard op zijn privé-adres) het volgende antwoord.
Soest, 11 oktober 2006
Geachte heer Dekker,
Inz.: De Haan/Dekker
Hierbij kom ik terug op uw brief van 2 oktober jl.
Als de procedure bij de Raad voor de Journalistiek een ding duidelijk gemaakt heeft dan is het wel, dat de betrokken interviews plaats vonden in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen en dat u daarbij optrad als lijsttrekker CDA. Het klachtenreglement van de gemeente Ede is niet van toepassing op het handelen van lijsttrekkers. Derhalve had de Burgemeester de klacht van de heer G.J. de Haan niet ontvankelijk moeten verklaren. Ik blijf u derhalve op uw huisadres aanschrijven.
Het u verschuilen achter een journalist siert u niet. Voor het overige verwijs ik naar mijn eerdere brieven aan u. Uit uw brief van 2 oktober jl. maak ik op, dat u de vordering van de heer De Haan afwijst. Hem blijft derhalve niets anders over dan u te dagvaarden. U kunt derhalve de deurwaarder verwachten.
Kopieën van uw brief van 2 oktober jl. en van deze brief heb ik aan de heer R.C. Robbertsen en het CDA gestuurd. Voor alle duidelijkheid. Met de kopieën informeer ik de heer Robbertsen als Burgemeester over het nadere formele standpunt van de heer De Haan. Het CDA houd ik op de hoogte, omdat uw handelen als lijsttrekker plaats vindt onder de auspiciën van de partij.
Met vriendelijke groet,
A.F. Dorhout
——————————————————————————————–
Een reactie van Dekker op deze brief volgt wederom op briefpapier van de Gemeente Ede, waarmee Dekker nogmaals heel nadrukkelijk wil demonstreren dat hij in deze kwestie slechts als Gemeentebestuurder c.q. wethouder aanspreekbaar is. Hoe wonderlijk?!
betreft Ede, 18 oktober 2006
De Haan/wethouder Dekker
Geachte heer Dorhout,
Ik heb kennisgenomen van uw brief van 11 oktober j.l. U brengt daarin geen nieuwe gezichtspunten naar voren en reageert niet inhoudelijk op mijn vorige brief aan u. Blijkbaar ziet u evenmin heil in een persoonlijk gesprek met mij, waartoe ik u uitdrukkelijk de mogelijkheid heb geboden. Dat brengt mij tot de conclusie dat verdere correspondentie over deze zaak geen zin meer heeft.
Hoogachtend,
W.J. Dekker
——————————————————————————————–
Na deze reactie van Dekker hebben mijn advocaat en ik vooralsnog de moed opgegeven dat er met deze meneer Dekker op een volwassen en intelligente wijze tot zaken kan worden gekomen. Een man met immorele principes die zich (met ondersteuning van zijn burgemeester) veilig waant achter zijn wethoudersambt en daarvan bovendien op flagrante wijze misbruik maakt door een privé zaak trachten te beslechten met correspondentie op Gemeentelijk briefpapier. Dekker is daarmee kennelijk ook nog te gierig om privé een advocaat in te schakelen en is van plan om deze zaak op onjuiste gronden af te ronden op kosten van de Gemeente Ede. Dus op kosten van de burger. Quod non!
Tja wat moet je daarmee???
w.g. George de Haan





Wordt vervolgd. Zie ook voor meer informatie hierover bij Itemnr. 38. op deze site. …. maar houd ook de publicaties in de Media over Wethouder Dekker in de gaten. Zo verklaart onderstaande publicatie al heel veel over een achterliggende reden waarom Dekker George de Haan verhinderde een zetel (incl. fractievoorzitterschap) in de Edese Gemeenteraad te bemachtigen.
… nu ook Dekker (CDA-wethouder/politiek leider/lijsttrekker) op de kast.


